E. Frézouls

1984REVUE DU NORD

DOI: 10.3406/rnord.1984.3985

Abstract

De financiering van de stadsbouw is alleen bekend door de inscripties van de weldoeners (evergeten). Er zijn er niet zoveel, maar 300, voor de drie Gallische en de Germaanse provincies en ze zijn op een onregelmatige manier verspreid, maar toch geven deze inscripties heel wat inlichtingen over bv. de sociale afkomst van de stichters, vooral burgelijke of militaire notabelen, soms gemeenschappen ; over het nogal variërende maar steeds grote belang van de godheden — eerder Grieks-Romeinse dan plaatselijke of Oosterse — aan wie de bouw wordt opgedragen, en het belang ook van de keizer en zijn domus ; verder over de bouw zelf — het aantal gewijde gebouwen neemt toe, waar het aantal burgerlijke gebouwen afneemt en dat geldt van Aquitanië tot de Germaanse provincies ; nieuwbouw overweegt in Belgica, Gallië Lugdenensis en Opper-Germanië, met een hoog percentage bijgebouwen in Aquitanië en herbouw in de Germaanse provincies. Zeldzame opgaven van de uitgaven — de bouwkosten, de stichting voor het onderhoud, uitdelingen bij de inwijding — tonen aan dat het soms om grote bedragen ging en dat de gewoonten van streek tot streek verschilden (stichtingen in Belgica en de Germaanse provincies, uitdelingen alleen in Gallië Lugdenensis). Het individuele beeld van elke provincie kan bijdragen tot de kennis van de sociale structuur en het openbare leven en ook van de omstandigheden en het ritme van de urbanisatie.

Citation format

FRÉZOULS, E. Evergétisme et construction urbaine dans les trois gaules et les germanies. REVUE DU NORD, 1984, 66: 27–54.